Cultuurhistorisch onderzoek Walterboscomplex Apeldoorn

Walterboscomplex

Het Walterboscomplex in Apeldoorn huisvest een van de grootste kantoren van de Belastingdienst. De vestiging van de Belastingdienst in Apeldoorn was een van de eerste resultaten van het zogenaamde rijksspreidingsbeleid. Tussen 1965 en 1975 ontwierp architect Piet Zanstra vier zakelijk kantoortorens. In het begin van de eenentwintigste eeuw is het complex uitgebreid met twee glazen torens door DP6 en een verbindende plint met kenmerkende lichthappers door Neutelings Riedijk. Rob Hootsmans renoveerde in dienst van de Rijksgebouwendienst de torens van Zanstra. Ook het landschapsplan is bijzonder. De binnentuinen en het omringende parkbos zijn door BoschSlabbers geïnspireerd op de Veluwe. In opdracht van eigenaar en beheerder Rijksvastgoedbedrijf onderzocht ik de cultuurhistorische waarde van het 7,5 hectare grote Walterboscomplex.

Overzicht van de vier door Zanstra ontworpen kantoortorens in 1973. Bron: Beeldbank CODA

Overzicht van het Walterboscomplex in 1985. Luchtfoto vanuit het zuidwesten. Bron: Beeldbank CODA

De architectonische transformatie van het Walterboscomplex is exemplarisch voor de relatie tussen de overheid en de burger. Van zakelijk, vrij gesloten en ‘op een voetstuk geplaatst’ in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw, naar open, toegankelijk en onderdeel van de buurt na de renovatie in het begin van deze eeuw. De voltooiing van Zanstra’s masterplan middels twee nieuwe kantoortorens, een terughoudende, verfijnde en in lijn met de oorspronkelijke architectuur opgevatte renovatie van de vier bestaande torens door Rob Hootsmans en het behoud van een langgerekt tegeltableau van Karel Appel zorgden ondanks de grootschalige metamorfose voor continuïteit.

1965-1975: Bouw Walterboscomplex

1975-2000: Uitbreidingen Walterboscomplex

2000-2007: Renovatie en uitbreiding Walterboscomplex

Vanaf 2007: Renovatie en uitbreiding computergebouw

Overzicht van de vier bouwfasen van het Walterboscomplex

De bestaande kantoortorens zijn door Hootsmans in lijn met de oorspronkelijke architectuur van Zanstra gerenoveerd

Architecten en kunstenaars maakten het Walterboscomplex tot een bijzonder Gesamtkunstwerk. Met name architect Michiel Riedijk en kunstenaar Rob Birza creëerden in de verzonken plint een compleet eigen wereld. De gebouwen zijn ‘in kunst gekleed’, zowel binnen als buiten. Architectuur en kunst roepen associaties op die dankzij de ondergrondse ligging van de plint, de toegepaste beeldtaal, vormentaal en het materiaalgebruik zowel archaïsch als futuristisch van aard zijn. Het resultaat is bevreemdend, surrealistisch en tijdloos.

Materiaalgebruik en kunsttoepassingen in het Walterboscomplex

Naast sfeerbepalend zijn de associaties van Neutelings Riedijk ook functioneel. De rondgangen rondom binnentuinen zijn geïnspireerd op de kloostertypologie. Ondersteund door architectonische middelen (wijkende ruitenwanden en bollenplafonds van prefab beton) is een intuïtieve route ontstaan die oriëntatie biedt en de verschillende gebouwen op een logische manier verbindt. Het daglicht dat op verschillende manieren van bovenaf binnenvalt, benadrukt de ondergrondse ligging van de plint. De binnentuinen zorgen ook in de ondergrondse wereld voor een verbinding met het omliggende landschap.

Langsdoorsnede over de beide binnentuinen

Contrastwerking op verschillende vlakken betrekt alle zintuigen bij een bezoek aan het Walterboscomplex. De contrasten (opgetilde kantoortorens versus verzonken plint, verschillen in gebouwvormen, materiaalgebruik (hightech versus expressief), kleurgebruik, wijze van daglichttoetreding) prikkelen de zintuiglijke beleving. Het plintgebouw is zwaar en naar binnen gericht, de glazen kantoortorens zijn juist maximaal op de omgeving georiënteerd. In de plint is er een duidelijke scheiding tussen gangzones (steen, beton) en intieme verblijfsruimten (hout, wandtapijten). Dit zorgt voor grote verschillen tussen de ruimtes op het vlak van akoestiek, geur, tactiliteit, temperatuur en licht.

Impressies van het entreegebouw en een gang in het Walterboscomplex. Bron: www.neutelings-riedijk.com

Integraliteit komt ook terug in de energiebeheersing en techniek van het Walterboscomplex. De aanwezigheid van een op zichzelf staand energiegebouw zorgt in de afzonderlijke gebouwen voor een eenvoudigere installatietechniek. Het complex als geheel fungeert als een klimaatmachine, wat middels het waterdak ook architectonisch is uitgedrukt.